| BELANGRIJKE
BEGRIPPEN
|
|
Rond het kopen van een huis en het sluiten van een hypotheek doen zich nogal wat onbekende maar vaak zeer belangrijke begrippen voor. De belangrijkste hebben wij voor je toegelicht. Appartementsrecht:
Zie
horizontaal eigendom Erfpacht: Wanneer de grond waarop je huis staat niet je eigendom is, betaal je daarvoor huur aan de gemeente of aan het rijk. Deze jaarlijkse betaling noemt men erfpachtcanon. Eigen woningforfait: Op je aangifte inkomstenbelasting moet je voor je eigen woning een bepaald bedrag bij het inkomen optellen, dat afhankelijk is van de waarde van je huis in bewoonde staat. De gemeente geeft periodiek aan hoeveel je woning waard is (WOZ-waarde). Executiewaarde: De waarde van het huis bij gedwongen verkoop. Deze waarde wordt geschat door een erkende, onafhankelijke taxateur. De executiewaarde ligt meestal rond de 85% tot 90% van de vrije verkoopwaarde. Herbouwwaarde:
De
kosten van het volledig herbouwen van een
tenietgegane woning (bijvoorbeeld door brand). Deze waarde wordt
vastgesteld door een taxateur of op basis van de inhoud van het object
en de prijs per kubieke meter die voor soortgelijke objecten geldt. Kadaster: Rijksinstelling waar iedere onroerende zaak staat geregistreerd. Koophuisgarantieverzekering: Bij de koop van een bestaand huis loop je het risico dat het huis gebreken vertoont, hoe goed je het pand ook hebt laten inspecteren. De koophuisgarantieverzekering bevrijdt je van dergelijke zorgen en bespaart je een procedure tegen de verkopende partij. Gebreken aan de fundamenten, muren, vloeren, plafonds en het dak zijn tot 5 jaar na aankoop verzekerd. Plotselinge gebreken aan de water- en verwarmingsinstallatie en onvolkomenheden aan onder andere de dakbedekking, de schoorsteen, dakramen of dakkapellen zijn gedurende 2 jaar gedekt. Kosten en fiscale aspecten: Bij de aankoop van een woning heb je te maken met diverse eenmalige kosten. Deze kunnen verdeeld worden in twee categorieën De eerste categorie zijn kosten die verband houden met de aankoop van de woning, zoals de overdrachtsbelasting, de kosten van de transportakte en makelaarskosten. Deze kosten zijn niet fiscaal aftrekbaar. De tweede categorie zijn kosten die verband houden met de financiering van je huis. Hieronder vallen afsluitkosten, de kosten van de hypotheekakte, kosten van de Nationale Hypotheek Garantie en kosten van het taxatierapport. Deze kosten zijn aftrekbaar in het jaar waarin de hypotheek wordt gesloten. Naast deze eenmalige kosten zijn er jaarlijks terugkerende hypotheekkosten: de hypotheekrente en de premie voor de levensverzekering of aflossing. De hypotheekrente is fiscaal aftrekbaar. De levensverzekeringspremie en de aflossing zijn dat niet. Kosten Koper (K.K.) : Dit houdt in dat bepaalde kosten niet zijn inbegrepen in de koopsom en dat ze voor rekening komen van de koper. Het betreft o.a. de overdrachtsbelasting, kadastrale rechten en notariskosten. Onroerendezaakbelasting: Gemeenschappelijke heffing op onroerende goederen, die betaald moet worden door zowel de eigenaar als de gebruiker van het huis. Een eigenaar die zijn huis zelf bewoont, wordt dus tweemaal aangeslagen. Overbruggingskrediet: Lening om de tijd te overbruggen tussen de aankoop van de nieuwe woning en verkoop van de oude woning. Daarbij wordt gebruikgemaakt van het eigen geld dat vrijkomt door de overwaarde van het verkochte huis. Overdrachtsbelasting: Deze belasting wordt geheven bij overdracht van een bestaand huis. Meestal betaalt de koper deze kosten (Kosten Koper). Voor een nieuwbouwhuis (vrij op naam) is géén overdrachtsbelasting verschuldigd. Passeren: Het bij de notaris tekenen van de koopakte en de hypotheekakte. Transportakte: Notariële akte gemaakt bij de overdracht van eigendom van onroerend goed. Voorlopige koopakte: Deze akte is niet zo voorlopig als men soms denkt: je legt je vast tot het kopen van een huis. De hieronder genoemde ontbindende voorwaarden zijn vrijwel standaard. Je doet er dus goed aan te controleren of deze in de voorlopige koopakte zijn opgenomen. 1. De financieringsclausule: de koop gaat niet door als je de benodigde geldlening niet krijgt; 2.
De huisvestingsclausule: de koop wordt geannuleerd indien je geen
woonvergunning krijgt. Vrije verkoopwaarde: Vermoedelijke opbrengst van onroerend goed indien dit vrijwillig en onder gunstige omstandigheden kan worden verkocht. Vrije vestiging: De gemeente kent geen beperkende bepalingen voor het verkrijgen van een woonvergunning. Woonvergunning: Schriftelijk bewijs van de gemeente dat iemand een bepaalde woning mag bewonen. |
| Up |